Overschie , samengesteld door Peter Lansbergen

De eerste bewoning in het veengebied waarin Overschie ligt, moet in het begin van de tiende eeuw zijn geweest. Het dorp dankt zijn naam aan het riviertje de Schie, dat in de Merwede (nu Nieuwe Maas) uitmondde. Op initiatief van graaf Dirk II, van wie wordt aangenomen dat hij in 939 aan het bewind kwam, werd vanuit het riviertje de Schie een ontginning in noordoostelijke richting begonnen. Naar het riviertje werd deze ontginning de Hof te Schie genoemd. Bij de hof ontstond op de plaats waar het riviertje in de Merwede stroomde het dorp Schie. Het bestond uit een houten kapel met eromheen wat houten woningen. De kapel te Schie was gewijd aan St. Nicolaas; of de in de twaalfde eeuw gebouwde, eveneens aan de heilige Nicolaas gewijde, Romaanse tufstenen kerk op precies dezelfde plaats stond als de kapel, is niet zeker. Na de eerste bedijking van de Merwede ontstonden buitendijks door aanslibbing gorzen en slikken, die geleidelijk werden ingepolderd. Op dit bedijkte land groeide nu, aan de nieuwe mond van het riviertje de Schie, een nieuw gehucht Schie.

De oude nederzetting Schie werd toen Ouwerschie (later verbasterd tot Overschie) genoemd. Het nieuwe Schie werd later Schiedam. Een grote verandering had plaats in 1343 door het graven van de Rotterdamse Schie. De stad Delft voelde zich hierdoor benadeeld en wist in 1389 van hertog Albrecht toestemming te krijgen voor het graven van de Delfshavense Schie. In 1412 kreeg Rotterdam juridische aanspraken op de gronden aan weerszijden van zijn vaart en Delft verkreeg dezelfde rechten voor zijn Schievaart in 1425. Deze districten heetten de Poorterijen van Rotterdam en Delft. De Hogenban was in oorsprong een afzonderlijke -de Spangensepolder omvattende - ambachtsheerlijkheid, maar in 1605 kregen Overschie en Hogenban een gezamenlijk bestuur en sindsdien sprak men van de ambachtsheerlijkheid Overschie en Hogenban. Lange tijd bestond het dorp juridisch gezien uit drie delen, waarvan het ontstaan hierboven is geschetst: de poorterijen van Rotterdam en van Delft en de ambachtsheerlijkheid van Overschie en Hogenban. Aan deze toestand kwam een eind in de Franse tijd. In 1811 werden Overschie en Hogenban en de poorterijen van Rotterdam en Delft verenigd tot een gemeente. Ook Schiebroek werd hieraan toegevoegd, maar dat werd in 1814 weer zelfstandig.

Inmiddels hadden in de tweede helft van de achttiende eeuw grote veranderingen plaatsgehad aan de oostkant van het dorp Overschie door het droogmaken van de uitgeveende polders Schieveen en Zestienhoven. Overschie heeft lang een uitgesproken landelijk karakter behouden. In 1900 waren er 4000 inwoners. Er was toen nog petroleumverlichting. Weliswaar was er reeds in 1866 een particuliere gasfabriek, maar deze floreerde niet. De gasvoorziening hield dan ook op m 1879, nadat de gemeenteraad had geweigerd de exploitatie van de fabriek over te nemen. De petroleumverlichting werd in ere hersteld en deed dienst tot de gemeente Rotterdam in 1912 elektriciteit aan Overschie ging leveren. In 1903 werd waterleiding aangelegd en in 1927 werd Overschie op het Rotterdamse gasnet aangesloten. Het inwonertal was toen ruim 6000 en bleef langzaam oplopen, onder andere door vestiging van forensen. In 1935 waren er 9600 ingezetenen en in 1941, toen de vereniging met Rotterdam tot stand kwam, ruim 11.500. Aan de annexatie waren al enkele grenswijzigingen voorafgegaan, namelijk in 1895, 1903 en 1940.

De eerste bewoning in het veengebied waarin Overschie ligt, moet in het begin van de tiende eeuw zijn geweest. Het dorp dankt zijn naam aan het riviertje de Schie, dat in de Merwede (nu Nieuwe Maas) uitmondde. Op initiatief van graaf Dirk II, van wie wordt aangenomen dat hij in 939 aan het bewind kwam, werd vanuit het riviertje de Schie een ontginning in noordoostelijke richting begonnen. Naar het riviertje werd deze ontginning de Hof te Schie genoemd. Bij de hof ontstond op de plaats waar het riviertje in de Merwede stroomde het dorp Schie. Het bestond uit een houten kapel met eromheen wat houten woningen. De kapel te Schie was gewijd aan St. Nicolaas; of de in de twaalfde eeuw gebouwde, eveneens

aan de heilige Nicolaas gewijde, Romaanse tufstenen kerk op precies dezelfde plaats stond als de kapel, is niet zeker.

Na de eerste bedijking van de Merwede ontstonden buitendijks door aanslibbing gorzen en slikken, die geleidelijk werden ingepolderd. Op dit bedijkte land groeide nu, aan de nieuwe mond van het riviertje de Schie, een nieuw gehucht Schie. De oude nederzetting Schie werd toen Ouwerschie (later verbasterd tot Overschie) genoemd. Het nieuwe Schie werd later Schiedam.

Een grote verandering had plaats in 1343 door het graven van de Rotterdamse Schie. De stad Delft voelde zich hierdoor benadeeld en wist in 1389 van hertog Albrecht toestemming te krijgen voor het graven van de Delfshavense Schie. In 1412 kreeg Rotterdam juridische aanspraken op de gronden aan weerszijden van zijn vaart en Delft verkreeg dezelfde rechten voor zijn Schievaart in 1425. Deze districten heetten de Poorterijen van Rotterdam en Delft.

De Hogenban was in oorsprong een afzonderlijke -de Spangensepolder omvattende - ambachtsheerlijkheid, maar in 1605 kregen Overschie en Hogenban een gezamenlijk bestuur en sindsdien sprak men van de ambachtsheerlijkheid Overschie en Hogenban.


Lange tijd bestond het dorp juridisch gezien uit drie delen, waarvan het ontstaan hierboven is geschetst: de poorterijen van Rotterdam en van Delft en de ambachtsheerlijkheid van Overschie en Hogenban. Aan deze toestand kwam een eind in de Franse tijd. In 1811 werden Overschie en Hogenban en de poorterijen van Rotterdam en Delft verenigd tot een gemeente. Ook Schiebroek werd hieraan toegevoegd, maar dat werd in 1814 weer zelfstandig.

Inmiddels hadden in de tweede helft van de achttiende eeuw grote veranderingen plaatsgehad aan de oostkant van het dorp Overschie door het droogmaken van de uitgeveende polders Schieveen en Zestienhoven.

Overschie heeft lang een uitgesproken landelijk karakter behouden. In 1900 waren er 4000 inwoners. Er was toen nog petroleumverlichting. Weliswaar was er reeds in 1866 een particuliere gasfabriek, maar deze floreerde niet. De gasvoorziening hield dan ook op m 1879, nadat de gemeenteraad had geweigerd de exploitatie van de fabriek over te nemen. De petroleumverlichting werd in ere hersteld en deed dienst tot de gemeente Rotterdam in 1912 elektriciteit aan Overschie ging leveren. In 1903 werd waterleiding aangelegd en in 1927 werd Overschie op het Rotterdamse gasnet aangesloten. Het inwonertal was toen ruim 6000 en bleef langzaam oplopen, onder andere door vestiging van forensen. In 1935 waren er 9600 ingezetenen en in 1941, toen de vereniging met Rotterdam tot stand kwam, ruim 11.500. Aan de annexatie waren al enkele grenswijzigingen voorafgegaan, namelijk in 1895, 1903 en 1940.